Onderzoeksvraag
Dit onderzoek had als doel te onderzoeken of neutrofiel-immunofenotype categorieën, gemeten met geautomatiseerde flowcytometrie kort na opname, samenhangen met klinische uitkomsten bij geriatrische patiënten met een heupfractuur. Daarnaast werd onderzocht of deze immuunprofielen kunnen bijdragen aan klinische besluitvorming, met name bij de afweging tussen operatieve behandeling en palliatieve niet-operatieve zorg.
Methode
In deze prospectieve cohortstudie werden geriatrische patiënten ouder dan 70 jaar met een heupfractuur geïncludeerd op de spoedeisende hulp. Direct na presentatie werd bloed afgenomen, waarna neutrofielen werden geanalyseerd met volledig geautomatiseerde flowcytometrie (AQUIOS). Op basis van expressiepatronen van CD16 en CD62L werden neutrofielen ingedeeld in immunofenotype categorieën van 0 tot en met 6, die verschillende gradaties van systemische inflammatie weerspiegelen. Klinische gegevens, waaronder infectieuze complicaties, delirium en mortaliteit, werden verzameld uit het elektronisch patiëntendossier. De resultaten werden vergeleken met een controlegroep van leeftijdsgematchte gezonde ouderen.
Resultaten
In totaal werden 289 patiënten met een heupfractuur en 45 gezonde controles geïncludeerd. De mediane leeftijd van de patiënten bedroeg 82 jaar. Tijdens de opname ontwikkelde 18% van de patiënten infectieuze complicaties en 9% overleed binnen 30 dagen. De verdeling van neutrofielcategorieën verschilde duidelijk tussen patiënten en gezonde controles, waarbij patiënten een breder spectrum van inflammatoire fenotypes vertoonden. Daarnaast werd een nieuw neutrofiel-immunofenotype geïdentificeerd, categorie 2b, gekenmerkt door een afwijkend patroon van neutrofielsubsets en verhoogde leukocyten- en CRP-waarden. Deze categorie liet een trend zien richting meer infectieuze complicaties en een hogere 30-dagen mortaliteit. Bij patiënten die palliatief werden behandeld varieerde de 30-dagen mortaliteit sterk tussen de verschillende neutrofielcategorieën, waarbij patiënten met meer inflammatoire categorieën een duidelijk slechtere prognose hadden.
Conclusie
Het bepalen van neutrofiel-immunofenotype categorieën met geautomatiseerde flowcytometrie is een haalbare methode om de systemische inflammatoire respons bij geriatrische patiënten met een heupfractuur te beoordelen. Deze immuunprofielen kunnen mogelijk bijdragen aan klinische besluitvorming en het proces van shared decision making bij kwetsbare patiënten.
Implicaties voor de praktijk
Immunologische profiling van neutrofielen kan een objectieve biomarker bieden voor risicostratificatie bij geriatrische heupfractuurpatiënten. Deze informatie kan artsen ondersteunen bij het bespreken van behandelopties en prognose met patiënten en hun familie, en mogelijk helpen bij het identificeren van patiënten die nog fit zijn voor chirurgie of juist een zeer hoog risico op slechte uitkomsten hebben.
Aanbevelingen voor toekomstig onderzoek
Toekomstig onderzoek zou zich moeten richten op prospectieve validatie van neutrofielcategorieën als klinisch beslissingsinstrument. Daarnaast is het belangrijk om de kwaliteit van leven van patiënten die na 30 dagen nog leven te onderzoeken en om de immuunrespons gedurende de gehele ziekenhuisopname en behandeling longitudinaal te volgen. Verder kan de ontwikkeling van geautomatiseerde algoritmen voor classificatie van neutrofielcategorieën bijdragen aan implementatie in de klinische praktijk.